home Nieuws Column Herman de Vries: Ondernemer en leidinggevende.

Column Herman de Vries: Ondernemer en leidinggevende.

Een ondernemer geeft altijd leiding aan zijn bedrijf en is om die reden op grond van de Drank- en Horecawet leidinggevende. De eisen die in artikel 8 van de wet staan en hetgeen is geregeld in het besluit eisen zedelijk gedrag zijn dan ook mede van toepassing op de ondernemer voor wiens rekening en risico de zaak wordt geëxploiteerd.

Artikel 1 van de Drank- en Horecawet kent een definitiebepaling.

“ – leidinggevende:

1°.

de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het horecabedrijf of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend;

2°.

de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin het horecabedrijf of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend in een of meer inrichtingen;

3°.

de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van zodanig bedrijf in een inrichting;”

Leidinggevenden zijn minimaal 21 jaar oud, niet van slecht levensgedrag, staan niet onder curatele,

voldoen aan de eisen van het Besluit eisen zedelijk gedrag en zijn in het bezit van de verklaring Sociale Hygiëne.

Uit de memorie van toelichting bij de wet blijkt dat de reden van deze eisen is gelegen in het feit dat er risico’s verbonden zijn aan alcoholhoudende dranken en dat het verstrekken ervan een bijzondere verantwoordelijkheid vergt. Daarom is een vergunningensysteem ontwikkeld, dat zowel persoons- als zaaksgebonden eisen stelt. Bij de vergunningverlening wordt aan deze eisen getoetst. Persoonsgebonden eisen zijn er op grond van de Drank- en Horecawet alleen ten aanzien van de leidinggevende. Uiteraard gelden bij Horeca ook de bepalingen van de Wet Bibob waarbij ook gekeken wordt naar personen.

Er is echter enkele uitzondering voor leidinggevenden.

Een ondernemer hoeft niet in alle gevallen te voldoen aan de eisen van een leidinggevende. Hierbij valt te denken aan een BV waar de core business is gericht op iets anders dan horeca en dat is een bestuursstatuut is geregeld dat bij uitzondering van andere bestuurders in de BV één bestuurder verantwoordelijk is voor de horecaexploitatie. In een dergelijk geval hoeft alleen die bestuurder te voldoen aan de eisen van leidinggevende.

Ook is er een bijzondere regeling voor paracommerciële instellingen. Paracommerciële instellingen zijn verenigingen en stichtingen die horeca-activiteiten uitvoeren die los staan van hun hoofdacitviteit. Hierbij valt te denken aan een buurthuis of een kantine van een (sport)vereniging of stichting. In geval van een paracommerciële instelling moeten er wel twee leidinggevenden zijn die in het bezit zijn van de verklaring Sociale Hygiene en verder ook voldoen aan de eisen van leidinggevenden maar het feitelijke toezicht en de bediening kan worden overgelaten aan vrijwilligers die in het bezit zijn van een speciale barinstructie. Deze vrijwilligers zijn minimaal 16 jaar oud en voldoen verder aan het reglement dat door de paracommerciële instelling is vastgesteld.

Indien leidinggevenden niet voldoen aan de wettelijke vereisten moet de vergunning op grond van artikel 27 van de Drank- en Horecawet worden geweigerd. Dit is een imperatieve bepaling wat wil zeggen dat het bevoegde gezag daarvan niet kan afwijken.

Het systeem voor het melden van nieuwe leidinggevenden is laagdrempelig. Leidinggevenden staan immers op een bijlage van de vergunning en kunnen daarop eenvoudig worden vervangen of worden bijgeschreven.

Heeft u hulp bij nodig in uw contacten met de overheid, dan sta ik u graag terzijde.

Herman de Vries, jurist Adviesbureau Naruse. info@adviesbureaunaruse.nl of 06-21232162.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *