De toeristenbelasting lijkt de nieuwe ‘melkkoe’ te worden voor de wethouders van financiën om de begroting sluitend te maken, Amsterdam spant de kroon. In het coalitieakkoord is opgenomen dat er 105 miljoen extra geïncasseerd moet worden d.m.v. toeristenbelasting.
Het Amsterdamse gemeentebestuur heeft naast het vorig jaar nog verhoogde toeristenbelasting percentage van 6 naar 7% nu voorzien van de zogenaamde ‘vaste voet’ van €. 3, = per persoon per overnachting. Voor alle duidelijkheid 7% toeristenbelasting over de kamerprijs te vermeerderen met €. 3,00 per persoon. De extra opgelegde taks van €. 3, = p.p. bovenop de kamerprijs van bijvoorbeeld de Presidental Suite in het Amstelhotel à €. 3.374 per nacht is natuurlijk te verwaarlozen en zal het Amstel door de taks-verhoging géén suite minder verhuren. Maar een extra taks van €. 3, = p.p. op een overnachting in een Hostel a. €. 18, = per nacht is een forse verhoging. Waardoor de gasten met de smalste beurs het hardst geraakt worden. Dit is oneerlijk belastingbeleid van het Amsterdamse stadsbestuur. Véél eerlijker zou een vast percentage geweest zijn op alle overnachtingsaccommodaties, door het percentage van 7% te verhogen tot bijvoorbeeld 10%. Ook dan zal het Amstelhotel géén suite minder verhuren en kan ook de toerist met de smalle beurs te gast zijn in het mooie Amsterdam. Daar Amsterdam in vele opzichten een voorbeeldfunctie vervuld voor de rest van Nederland is de kans groot dat andere gemeentes zullen volgen met het aanpassen van de toeristenbelasting.
Zo ook de precariobelasting, belasting welke voldaan dient te worden wanneer er een terrasvergunning is verleend. De tarieven lopen landelijk sterk uiteen, Amsterdam vervuld wederom een koppositie daar waar het gaat om het heffen precariobelasting, in een buitenwijk van Amsterdam moet voor een onoverdekt terras €. 30,56 per per m2 per jaar betaald worden, voor een overdekt terras in het centrum van Amsterdam moet de vergunninghouder maar liefst €. 182,27 per m2 per jaar storten in de Amsterdamse kas.
Naast de bovenstaande ergernissen voor heel veel horecaondernemers, zijn ook de gemeentelijke leges voor de gehele vergunningen huishouding, weet de Restaurantcoach van haar opdrachtgevers, verreweg de allergrootse ergernis. Al lopen de verschillende tarieven bij de Nederlandse gemeentes strek uiteen. Van enkele honderden euro’s tot bijna 3 duizend euro voor een vergunningaanvraag.
Het heeft er alle schijn van dat de Nederlandse gemeentes de horeca als permanente melkkoe zien. Dat is diep triest, temeer de service die een ondernemer zou mogen verwachten van de gemeente waar het bedrijf is gevestigd veelal zéér te wensen overlaat. Bureaucratie is aan de orde van de dag, niet teruggebeld worden is ergernis nummer een. Heel erg lang wachten op antwoord of het toegestuurd krijgen van stukken is nummer 2 en een simpele vraag beantwoord krijgen door een telefoontje te plegen is een utopie!
Een horecaondernemer die ‘dag in en dag uit’ bezig is het zijn gasten naar de zin te maken met het bieden service en kwaliteit komt keer op keer van een koude kermis thuis als hij bij de gemeente aanklopt.
Niels Kooijman
de Restaurantcoach